Doel van COOL5-18
Een nieuwe meting van het Cohort Onderzoek OnderwijsLoopbanen start in schooljaar 2010-2011. COOL5-18 volgt leerlingen gedurende 10 jaar om de ontwikkeling en schoolloopbanen van de leerlingen in Nederland in kaart te brengen. De nieuwe meting richt zich op derdeklassers van het voortgezet onderwijs, leerlingen uit VWO 6 en MBO 2. COOL5-18 kan alleen worden uitgevoerd als een groot aantal scholen deelneemt aan het onderzoek.
Het doel van COOL5-18 is het verzamelen van gegevens om de ontwikkeling van leerlingen en de factoren die daarop van invloed zijn te beschrijven en te verklaren. Drie aspecten van deze ontwikkeling staan in het onderzoek centraal:
► de cognitieve ontwikkeling: kennis en vaardigheden in het Nederlands, Engels en rekenen/wiskunde;
► de ontwikkeling van sociale competenties, waaronder burgerschapscompetenties;
► de sociaal-emotionele ontwikkeling.
Aan de hand van de binnen COOL5-18 verzamelde gegevens kunnen allerlei onderzoeksvragen beantwoorden worden, zowel van beleidsmatige, wetenschappelijke als praktijkgerichte aard.
Opzet gegevensverzameling COOL5-18
Er zijn drie ronden van gegevensverzameling in het voortgezet onderwijs gepland. In de eerste ronde (2007/2008) deden leerlingen mee uit groep 2, 5 en 8 van het primair onderwijs en klas 3 van het voortgezet onderwijs. In de tweede en derde ronde (2010/2011 en 2013/2014) worden deze groepen opnieuw onderzocht, maar daarnaast ook de leerlingen in de bovenbouw van het havo en VWO en in het MBO.
Uitgangspunt voor alle ronden is dat met name leerlingen worden geselecteerd die al eerder in hun schoolloopbaan gemeten zijn. Deze leerlingen worden op twee manieren bij COOL5-18 betrokken. Van de leerlingen zullen jaarlijks administratieve gegevens via het onderwijsnummerbestand van het CBS worden opgevraagd (onderwijspositie, voortijdig schoolverlaten, zittenblijven/afstroom/opstroom, sector- en profielkeuze, vakkenpakket, diploma), op basis waarvan de onderwijsloopbaan kan worden vastgelegd. Bovendien worden de cognitieve en niet-cognitieve vaardigheden getoetst en worden vragenlijsten afgenomen. Voor de leerlingen is het een eenmalige aangelegenheid. Het is dus niet de bedoeling dat ze in een later leerjaar opnieuw worden getoetst of een vragenlijst invullen.
Cognitieve ontwikkeling
De gegevens voor het aspect cognitieve ontwikkeling worden verzameld met behulp van toetsen. Er wordt gebruik gemaakt van Cito-toetsen, omdat hiermee wordt aangesloten bij meetinstrumenten die in het onderwijsveld al bekend zijn en bruikbaar zijn voor zelfevaluatie. Er zal worden onderzocht in hoeverre de resultaten uit het VAS (volg- en adviessysteem) te koppelen zijn aan de relevante LVS-schalen. (zie verder over het VAS www.cito.nl/pend/vo_volg/menu_fr.htm). De cognitieve ontwikkeling betreft de domeinen geletterdheid Nederlands, gecijferdheid en vaardigheid Engels. Elk domein wordt gemeten met aangepaste versies van toetsen uit het VAS. Bij geletterdheid Nederlands gaat het om een toets met twee onderdelen begrijpend lezen, een onderdeel woordenschat en een onderdeel spelling. Bij gecijferdheid gaat het om een toets met de onderdelen getallen en getalsrelaties, meetaspecten, meetkunde en een aantal algebraïsche en wiskundige onderwerpen. Van alle toetsen worden drie versies uitgebracht voor de verschillende niveaus (VMBO-BB, VMBO-KB/GTL en HAVO/VWO).
Sociale competenties/burgerschapscompetenties
Voor het aspect ontwikkeling van sociale competenties en burgerschaps-competenties wordt een toets ontwikkeld door de universiteit van Amsterdam (Ten Dam). Het betreft een toets voor leerlingen (zelfoordelen) en een korte versie voor leerkrachten, met vragen die door leerkrachten voor elk kind afzonderlijk moeten worden beantwoord (leerkrachtoordeel).
De deelnemende scholen mogen een voorkeur uitspreken voor het onderdeel Engels of het onderdeel burgerschapsontwikkeling.
Sociaal-emotionele ontwikkeling
Om het aspect sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen te volgen worden er gegevens verzameld met behulp van een leerlingvragenlijst. Deze vragenlijst bestaat uit vier delen: persoonlijkheidskenmerken, motivatie, engagement en commitments. Gegevens over de gezinsachtergrond van de leerling zullen worden verzameld via een oudervragenlijst (voor de ouders/verzorgers). Deze lijst wordt verspreid via de school.
Resultaten van COOL5-18
Alle gegevens van de verschillende metingen door de jaren worden samen gebracht. Er ontstaat zo een goed gevulde en goed toegankelijke databestand met daarin een aantal basisgegevens over de cognitieve en psychosociale ontwikkeling van leerlingen.
De resultaten van het onderzoek worden geanonimiseerd aan allerlei soorten gebruikers gepresenteerd, ook buiten de wereld van het onderzoek. Er zullen periodieke basisrapporten verschijnen, waarin gegevens over de ontwikkeling van leerlingen zijn opgenomen, uitgesplitst naar relevante achtergrondvariabelen, en waar mogelijk in een tijdreeks (vergelijking tussen cohorten). Van deze rapporten zullen ook handzame samenvattingen worden gemaakt voor een breder publiek en voor de scholen.
Verder worden diverse artikelen geschreven, zowel voor onderwijsvakbladen als voor wetenschappelijke tijdschriften. Ook zullen resultaten van het onderzoek van tijd tot tijd worden gepresenteerd op conferenties.
Top^
|