Veel gestelde vragen over COOL Speciaal
Welke leerlingen doen er mee?
Alle leerlingen in het SO en SBO die geboren zijn in 2001 en in 1998. We noemen deze groepen de ‘10- en 13-jarigen’. Ze zijn ongeveer een half tot een heel jaar ouder dan leerlingen in groep 5 en groep 8 van het reguliere basisonderwijs. Door deze leeftijdsgroepen te laten deelnemen, verkrijgen we gegevens over leerlingen halverwege en aan het eind van het speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs.
Leerlingen die geboren zijn in 1998 en die op een VSO-afdeling van de school zitten, doen niet mee aan het onderzoek.
In de praktijk zullen de onderzoeksleerlingen in verschillende klassen zitten. Bij de leerkrachten wordt informatie over alleen deze leerlingen opgevraagd, en dus niet over andere leerlingen die ook in deze klassen zitten.
Top^
Hoe worden die leerlingen geïdentificeerd? Wat moet de school daarvoor doen?
Aan het begin van het onderzoek (najaar 2010) vragen we bij de scholen enkele administratieve gegevens op van deze leerlingen. Dat gebeurt met registratieformulieren, waarin de school de gevraagde gegevens invult voor al haar leerlingen uit de geboortejaren 2001 en 1998. Dit kan naar keuze van de school via papieren formulieren of een digitaal Excelformulier. In de meeste gevallen zal een administratieve medewerker van de school dit kunnen invullen aan de hand van de leerlingadministratie van de school. Dit kost op een school van gemiddelde grootte, in verband met opzoekwerk, ongeveer een halve werkdag.
De regiocoördinator komt aan het begin van het schooljaar 2010/2011 de uitvoering van het onderzoek toelichten en geeft dan ook uitleg over het verstrekken van administratieve gegevens.
Top^
Mag een school zelf bepalen welke leerlingen wel en niet meedoen met het onderzoek?
In het belang van het onderzoek luidt het antwoord op deze vraag: nee. We willen immers een representatief beeld krijgen van de hele sector en scholen eerlijk met elkaar kunnen vergelijken. Daarvoor is het noodzakelijk dat op alle deelnemende scholen alle leerlingen uit de twee geboortejaren meedoen (en verder geen leerlingen uit andere geboortejaren). Over deze leerlingen wordt zoveel mogelijk informatie verzameld. Als het kan gebeurt dat via toetsen, maar in elk geval met andere instrumenten.
Dit betekent echter niet dat elke ’10 en 13-jarige’ de onderzoekstoetsen moeten maken. De school beslist welke instrumenten afneembaar zijn bij welke leerlingen. Als een leerling een bepaalde toets (of vragenlijst) niet kan maken, dan vragen wij via een formulier om de redenen daarvan. Dat geeft ons informatie over het ontbreken van bepaalde gegevens in het onderzoek. Over alle deelnemende leerlingen worden ook gegevens verzameld via de oudervragenlijst en het leerlingprofiel.
Top^
Welke administratieve gegevens worden opgevraagd, en waarom?
Er zijn persoonsgegevens van leerlingen nodig om hen in de komende jaren te kunnen volgen. Het gaat om de naam van de leerling, leeftijd, sekse, datum eerste schooldag etc. De namen van de leerlingen zijn nodig voor de verzameling van gegevens per leerling. De naam wordt op al het onderzoeksmateriaal vermeld. Bij verwerking van de gegevens worden de namen weer verwijderd. Anonimiteit wordt door ons gegarandeerd.
Daarnaast vragen we enkele gezinsgegevens op. Omdat scholen sterk kunnen verschillen in de herkomst van hun leerlingenpubliek hebben wij voor goede landelijke vergelijkingen informatie nodig over het geboorteland van de ouders én over hun opleiding. Verder vragen wij om de verblijfsduur in Nederland en om de samenstelling van het gezin.
Indien aanwezig vragen wij ook de meest recente IQ-score op. De IQ-score van de leerling is nodig om bij vergelijkingen tussen groepen leerlingen rekening te kunnen houden met hun cognitief vermogen. Voor veel leerlingen in het S(B)O is een IQ-score bekend, hoewel soms van een test van enige tijd geleden. Daarom vragen we ook de datum van die IQ-test op.
Top^
Welke leerkrachten doen er mee en wat wordt van hen verwacht?
In principe doen alle leerkrachten mee die leerlingen hebben die in 2001 of 1998 geboren zijn. Het is de bedoeling dat zij over/voor deze leerlingen tenminste:
- Een leerlingprofiel invullen
- Een zorgprofiel invullen
- Een oudervragenlijst aan de ouders geven en weer innemen
- Een uitstroomprofiel invullen (alleen voor leerlingen geboren in 1998)
In cluster 2, 4 en SBO vragen we de leerkrachten bovendien om over/bij deze leerlingen:
- toetsscores te leveren of (indien niet al aanwezig) toetsen af te nemen: lezen, rekenen, woordenschat
- bijzonderheden te noteren op standaard-formulieren bij de toetsen
- een (korte) leerlingvragenlijst af te nemen
Top^
Hoeveel tijdsinvestering vraagt het onderzoek van de leerkrachten?
Dat hangt af van het aantal onderzoeksleerlingen in de groep. Meestal zal het om een beperkt aantal leerlingen gaan. Er zijn namelijk alleen gegevens nodig van leerlingen uit de geboortejaren 2001 en 1998.
De tijd die nodig is voor afname van de toetsen hangt af van wat op de school al gebruikelijk is.
Het invullen van het formulier over de toetsscores en bijzonderheden kost naar schatting enkele minuten per leerling.
Het leerlingprofiel en zorgprofiel vergen ieder 5-10 minuten per leerling. Het uitstroomprofiel kost maximaal 5 minuten per leerling.
Afname van de leerlingvragenlijst kost 20 tot 30 minuten, afhankelijk van de leesvaardigheid van de leerling.
Top^
Om welke toetsen gaat het, en voor wie?
Om optimaal aan te sluiten bij de praktijk die in vele scholen al bestaat, maken we gebruik van toetsen uit het Cito Leerling- en Onderwijsvolgsysteem (Cito LOVS). Het Cito heeft binnen het LOVS-systeem voor het speciaal (basis)onderwijs aangepaste toetsen ontwikkeld, die kleinere leerstappen omvatten en geschikt zijn voor leerlingen met een vertraagde ontwikkeling . De scores op deze aangepaste toetsen kunnen goed worden vergeleken met die op de reguliere Cito LOVS toetsen. Beide soorten toetsen zijn bruikbaar voor het onderzoek. Scholen kunnen zelf kiezen, per onderzoeksleerling en domein, welke Cito-toets van welk niveau wordt ingezet.
Het toetspakket bestaat uit de toetsen Rekenen-Wiskunde, Drie-Minuten-Toets (technisch lezen), Begrijpend Lezen en (Lees)Woordenschat. Voor scholen die geen/weinig ervaring hebben met Cito-LOVS toetsen is het eventueel mogelijk te kiezen voor een beperkt pakket: alleen Rekenen-Wiskunde en Drie-Minuten-Toets voor de 10-jarigen en alleen Rekenen-Wiskunde en Begrijpend Lezen voor de 13-jarigen. Scholen die ervaring hebben met tenminste een deel van Cito-toetsen vragen we altijd om voor het onderzoek het complete toetspakket af te nemen. Het toetsmateriaal dat ze niet in huis hebben, leveren wij aan.
Niet alle leerlingen in het speciaal (basis)onderwijs zijn in staat Cito-LOVS toetsen te maken. Als dat niet mogelijk is, vragen we aan de leerkracht om een inschatting te maken van hun onderwijsniveau. Dat gebeurt in het leerlingprofiel. Bij zeer moeilijk lerende kinderen in cluster 3 volgen we deze procedure standaard (daar worden dus geen toetsscores verzameld).
Top^
Waarom worden aan zml-leerlingen geen toetsen of vragenlijsten afgenomen?
Eerder hebben we een proefonderzoek (‘pilot’) uitgevoerd, ter voorbereiding op het huidige onderzoek. In dit proefonderzoek zijn wel toetsen en leerlingvragenlijsten bij zml-leerlingen afgenomen. De conclusie was echter dat dit in het definitieve onderzoek niet moest worden voortgezet. Enerzijds vanwege het kleine aantal zml-leerlingen met voldoende didactisch niveau om dit aan te kunnen, anderzijds ook omdat de onderzoeksbelasting voor de scholen te fors zou worden.
In het proefonderzoek werd gelukkig ook vastgesteld dat het laten inschatten van het prestatieniveau door leerkrachten wel heel goed haalbaar is en dat deze inschattingen ook voldoende correleren met de feitelijke toetsscores. Ook de feedback aan de scholen na afloop is daardoor wel degelijk relevant.
Voor meer informatie over het proefonderzoek klikt u hier.
Top^
Welke voor speciaal (basis)onderwijs ontwikkelde Cito-toetsen zijn beschikbaar?
Het Cito heeft tussentoetsen ontwikkeld met kleinere leerstappen bij alle toetsen voor leerjaar 3 tot en met 5 uit het reguliere Cito LOVS. Deze zijn naar verwachting beschikbaar vanaf januari 2011. Ze zijn geschikt voor leerlingen met een vertraagde ontwikkeling op een of meer domeinen. Voor meer informatie: zie www.cito.nl. (primair onderwijs > sbo). Scholen die dat willen, kunnen ervoor kiezen deze toetsen te gebruiken in plaats van of naast de reguliere toetsen.
Top^
Welke toetsniveaus kan de school kiezen?
De school kiest voor elke toets zelf het niveau dat de betreffende leerling aankan. Uitgangspunt daarbij is het hoogst haalbare niveau. De keuze voor het toetsniveau moet uiteraard aansluiten bij het onderwijsaanbod en de ontwikkeling van de leerling.
Top^
Wanneer worden de toetsen afgenomen?
Indien enigszins mogelijk, heeft het onze sterke voorkeur dat de school toetst volgens de toetskalender van het Cito-LOVS. Dat betekent dat de scholen de toetsen het beste kunnen afnemen in de periode januari tot en met maart 2011. Als uw school een vaste toetsperiode hanteert die buiten deze maanden valt, dan is het in elk geval belangrijk deze afwijkende toetsdatum goed te registreren.
Top^
Als de school de toetsen die voor het onderzoek nodig zijn zelf al afneemt, wat is dan de procedure?
Scores van de Cito-LOVS toetsen die op de school al aanwezig zijn, worden opgevraagd via toetsscoreformulieren. Het moet wel gaan om recente toetsen, dat wil zeggen afgenomen in schooljaar 2010-2011. Op de formulieren wordt ook gevraagd naar de afnamedatum.
Top^
Als de school toetsen die voor het onderzoek nodig zijn niet zelf al afneemt, wat is dan de procedure?
In dat geval leveren wij die toetsen aan uw school, zodat uw leerkrachten deze kunnen afnemen. Dat hoeft dan uiteraard alleen voor de leerlingen uit de geboortejaren 2001 en 1998. De regiocoördinator brengt begin januari 2011 alle onderzoeksmaterialen naar de school, dus ook eventueel benodigde toetsen.
Top^
Mag er worden afgeweken van de handleiding bij de afname van de Cito-LOVS toetsen?
In verband met de betrouwbaarheid en vergelijkbaarheid van gegevens is het gewenst de handleiding bij de Cito-LOVS toetsen zoveel mogelijk te volgen. Soms zal echter afwijking nodig zijn, gezien de mogelijkheden van het kind. Bijvoorbeeld langer de tijd geven, vragen voorlezen, extra instructie geven over de wijze van antwoorden. In die gevallen moet op de formulieren voor de registratie van de toetsscores worden vermeld dat de afname is aangepast en op welke manier.
Top^
Mag aan leerlingen hulp worden geboden bij de toetsing?
In principe natuurlijk liever niet, aangezien we met het onderzoek een zuiver beeld proberen te krijgen van de vaardigheden van de leerlingen. Het kan echter zo zijn dat lees- of andere problemen verhinderen dat een leerling kan laten zien wat zijn of haar vaardigheid is. In die gevallen is hulp toegestaan die tot doel heeft de leerling de vragen of de wijze van beantwoorden te laten begrijpen. Uiteraard mag geen hulp geboden worden bij het uitvoeren van de opdracht/het kiezen van een antwoord.
Top^
Hoe en waar kan ik vermelden waarom een leerling een toets niet kan maken of waarom een toetsgegeven ontbreekt?
Aan alle scholen wordt gevraagd om in een registratieformulier bij de toetsen te vermelden waarom de leerling de toets niet kon maken of waarom de toetsgegevens ontbreken. Dit kan te maken hebben met toevallige omstandigheden – een leerling is bijvoorbeeld ziek – of met de kenmerken en beperkingen van de leerlingen. Deze redenen zijn van belang voor de verwerking van de gegevens en moeten bij de toetsgegevens worden vermeld.
We adviseren u om niet te snel te besluiten dat een leerling niet getoetst kan worden. Soms blijkt een toetsafname beter te lukken dan de leerkracht van te voren had gedacht. U kunt altijd proberen om de toets af te nemen en pas te stoppen als dat helemaal niet lukt. Dan willen we graag een toelichting daarvan op het formulier.
Top^
Hoe kan de toetsafname op school worden georganiseerd?
In de regel zullen toetsen worden afgenomen bij groepjes leerlingen van ongeveer gelijk niveau, door de leerkracht in de eigen groep. Sommige leerlingen kunnen beter individueel worden getoetst, als de wijze van afname moet worden aangepast aan hun mogelijkheden op het gebied van taalvaardigheden of hun concentratie e.d. Daarbij kunnen ook andere medewerkers worden ingeschakeld, zoals de IB-er, een leidinggevende, een onderwijsassistent of een stagiaire. De ervaring in het proefonderzoek heeft geleerd dat elke school hiervoor een eigen aanpak heeft of weet te kiezen.
Top^
Welke toetsgegevens worden van de school gevraagd: ruwe scores, vaardigheidsscores of DLE’s?
Sommige scholen nemen de zogenaamde didactische leeftijdsequivalenten op in hun registratiesysteem (DLE’s). In dit onderzoek zijn echter alleen de absolute of ruwe toetsscores of de vaardigheidscores van de Cito-LOVS toetsen bruikbaar. Het terugrekenen van DLE’s naar vaardigheidscores brengt namelijk onzuiverheid mee in de uitkomsten. In dit onderzoek zijn DLE’s dus NIET bruikbaar.
Top^
Hoe en wanneer wordt de leerlingvragenlijst afgenomen en welke leerlingen vullen deze in?
De leerlingvragenlijst wordt afgenomen in de periode januari tot en met maart, dus in dezelfde periode waarin ook de toetsen in principe worden afgenomen en de andere vragenlijsten worden ingevuld.
Alle leerlingen die in het onderzoek zijn opgenomen, vullen deze vragenlijst in. Het gaat zowel om leerlingen die de vragenlijst gemakkelijk zelfstandig kunnen invullen, als om leerlingen die eventueel hulp nodig hebben bij het lezen en invullen van de vragen. Uitzondering zijn de leerlingen op de ZMLK-scholen, zij hoeven geen vragenlijst in te vullen.
Op de scholen in het vooronderzoek is de vragenlijst vaak in groepjes of individueel afgenomen, waarbij door de begeleider indien nodig toelichting en uitleg is gegeven. Aan leerlingen met bijvoorbeeld een leesprobleem mag de vragenlijst worden voorgelezen. Als een leerling hulp/begeleiding nodig heeft bij het invullen, kan de afname niet door de eigen leerkracht worden gedaan. De vragenlijst bevat namelijk ook vragen over de relatie met de leerkracht. Op de proefscholen zijn er goede ervaringen met afname door stagiaires e.d.
Vanwege de vertrouwelijkheid van de antwoorden kunnen de leerlingen na het invullen de lijst in een envelop doen en gesloten weer aan de leerkracht geven.
Top^
Wat houden de vragenlijsten voor de leerkrachten in?
Leerkrachten vullen voor elke onderzoeksleerling een zogenaamd ‘leerlingprofiel’ in. Dit is een vragenlijst waarin een aantal beoordelingen wordt gevraagd over gedrag, achtergrond, karakter en cognitief functioneren van de leerling én over de relatie van de leerkracht met die leerling. Deze lijst hoeft alleen ingevuld te worden voor de onderzoeksleerlingen uit de klas. Maar wel voor alle onderzoeksleerlingen, ook als zij niet aan de toetsen hebben meegedaan.
Later in het schooljaar wordt leerkrachten nog gevraagd om een ‘zorgprofiel’ in te vullen. Hierin kunnen leerkrachten informatie geven over de specifieke problematiek van elk van de onderzoeksleerlingen. Het zorgprofiel zal via de computer op internet kunnen worden ingevuld.
Alleen voor de 13-jarige leerlingen vullen de leerkrachten bovendien nog een ‘uitstroomprofiel’ in. Dit bevat enkele vragen over de overgang naar het voortgezet onderwijs/vervolgonderwijs.
Top^
Wat is de rol van de ouders bij dit onderzoek?
Zodra is bepaald wie de onderzoeksleerlingen zijn, krijgen de ouders van die leerlingen via de school een brief met uitleg over het onderzoek. Ouders die bezwaar hebben tegen deelname van hun kind, kunnen dat kenbaar maken bij de school. Dat wordt geregistreerd en de betreffende leerling doet dan verder niet mee. Deze procedure heet ‘informed consent’: ouders worden geïnformeerd en kunnen vervolgens zelf actie ondernemen als ze iets niet willen. Dit is in sociaal-wetenschappelijk onderzoek een gangbare en volgens ethische richtlijnen adequate procedure. Indien nodig, kan de brief ook worden opgesteld in het Engels, Arabisch of Turks.
Ouders hoeven niet actief toestemming te geven. Vragen om actieve toestemming levert voor het onderzoek veel uitval op, omdat niet alle ouders reageren. Dat zou de representativiteit van het onderzoek dus ernstig bedreigen.
Overigens vinden sommige scholen de ouderbrief nogal ontoegankelijk en moeilijk geformuleerd. Helaas is dat niet te vermijden. Bepaalde zinnen moeten erin worden opgenomen vanwege de wettelijke eisen aan het informeren van respondenten over het gebruik van CBS-gegevens. We doen ons best de vragen in de oudervragenlijst zo helder en eenvoudig mogelijk te stellen.
Top^
Wordt het onderzoek en de organisatie ervan na afloop geëvalueerd?
Jazeker. We zullen daarbij ook de hulp van de deelnemende scholen inroepen, door hun oordeel over het verloop van het onderzoek en over het schoolrapport op te vragen.
Top^
|