Basisonderwijs: Ouders

Dit deel van de website bevat informatie voor ouders van kinderen op basisscholen die deelnemen aan COOL5-18. Waar wilt u meer over weten?

Kies uit de onderstaande onderwerpen.

 

Wat is dit voor onderzoek?

Het onderzoek heet voluit Cohort Onderzoek Onderwijs Loopbanen voor kinderen van 5 tot 18 jaar. Het is een groot wetenschappelijk onderzoek dat wordt uitgevoerd op verzoek van de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Scholen uit het hele land nemen er aan deel. Het wordt uitgevoerd door vier onderzoeksinstituten:

  • het ITS van de Radboud Universiteit Nijmegen;
  • het Kohnstamm Instituut van de Universiteit van Amsterdam;
  • het GION van de Rijksuniversiteit Groningen;
  • het Cito, gevestigd in Arnhem.

Het onderzoek is bedoeld om informatie te krijgen over hoe het met kinderen in Nederland gaat op school en hoeveel ze daar leren. Daarvoor verzamelen we gegevens over hun schoolprestaties, maar ook over hoe ze zich voelen op school, hoe ze over zichzelf denken en hoe leerkrachten over hen denken. Dat doen we niet op één moment, maar meerdere keren. Zo kunnen we de ontwikkeling van leerlingen volgen en daarmee van het onderwijs in Nederland als geheel. We hopen met dit onderzoek allerlei vragen te kunnen beantwoorden. Bijvoorbeeld:

  • Gaan de prestaties van leerlingen in Nederland vooruit, of juist niet?
  • Is het goed voor hun ontwikkeling als kinderen een peuterspeelzaal bezoeken voor ze naar de basisschool gaan?
  • Hoeveel leerlingen zijn er die speciale zorg nodig hebben?
  • Hoe goed voorspelt de score op de Cito-toets de slaagkans van kinderen in het voortgezet onderwijs?

Door in één groot onderzoek veel informatie te verzamelen kunnen we veel van dit soort vragen beantwoorden. We hoeven dan niet voor elke vraag afzonderlijk scholen en leerlingen te belasten met onderzoek.

De leerlingen die aan het onderzoek meedoen worden langere tijd gevolgd, namelijk van groep 2 in het basisonderwijs tot aan het einde van het voortgezet onderwijs en (als ze naar het middelbaar beroepsonderwijs gaan) ook nog een of twee jaar daarna, tot ze achttien jaar oud zijn. Als de leerlingen van school veranderen, blijven we ze volgen op hun nieuwe school. We proberen steeds de groepen leerlingen die meedoen zo compleet mogelijk te houden.

Top^

Welke kinderen doen er aan mee?

Er zijn 550 basisscholen bij het onderzoek betrokken, verspreid over heel Nederland. Op deze scholen doen alleen de leerlingen in groep 2, groep 5 en groep 8 aan het onderzoek mee. Het onderzoek is in het schooljaar 2007-2008 gestart en alle leerlingen die op de onderzoeksscholen toen in groep 2, groep 5 of groep 8 zaten, vormen bij elkaar de onderzoeksgroep. Elke drie jaar zoeken we deze leerlingen opnieuw op om nieuwe gegevens te verzamelen. Bij elke meting wordt weer een nieuwe groep 2 aan het onderzoek toegevoegd. Zit uw kind in groep 2, groep 5 of groep 8 op een basisschool die meedoet aan COOL, dan behoort het dus tot de onderzoeksgroep en krijgen U en uw kind langere tijd met het onderzoek te maken.

De scholen die meedoen. zijn willekeurig gekozen. Er is dus niet een speciale reden dat juist de school van uw kind daarvoor is geselecteerd. We hebben ervoor gezorgd dat de scholen bij elkaar een eerlijk (representatief) beeld van alle basisscholen in Nederland geven.

Top^

Ik heb meerdere vragenlijsten gekregen welke moet ik invullen?

Als ik meerdere oudervragenlijsten (voor kinderen in de groepen 2, 5 en/of 8) heb ontvangen, moet ik die dan allemaal invullen?

Nee, dat is niet nodig. U hoeft alleen voor het jongste kind een vragenlijst in te vullen. Wij verzoeken u wel om alle vragenlijsten die u heeft ontvangen in de envelop te doen, dus ook de lege.

Top^

Welke informatie wordt bij en over het kind verzameld?

We willen met behulp van de onderzoeksgegevens veel verschillende vragen kunnen beantwoorden. We verzamelen daarom veel informatie. Hieronder staat welke informatie dat is voor de basisschoolperiode, en hoe we dat doen. Voor de periode ná de basisschool vindt u verdere informatie in de rubriek voortgezet onderwijs.

Persoonsgegevens
Bij de school vragen we van alle leerlingen in de onderzoeksgroep de volgende gegevens op:

  • naam en leeftijd kind, jongen/meisje, datum eerste schooldag;
  • opleiding en geboorteland van de ouders;
  • indien van toepassing: verblijfsduur in Nederland.

Aan de ouders vragen we verder om ons informatie te geven over kenmerken van het gezin, zoals:

  • gezinssamenstelling;
  • opleiding en geboorteland van ouders/grootouders (uitgebreider dan via school);
  • taal die thuis wordt gesproken, beheersing van het Nederlands;
  • religie.

Hiervoor krijgen alle ouders van kinderen in de onderzoeksgroep een oudervragenlijst.
Uw kind krijgt die mee naar huis van de leerkracht.

Toetsen taal en rekenen
Van alle kinderen in de onderzoeksgroep verzamelen we scores op toetsen taal/lezen en rekenen (voor kleuters voorbereidend lezen en rekenen). Hiervoor gebruiken we toetsen die de meeste scholen zelf al afnemen bij hun leerlingen. Dat zijn toetsen uit het Cito Leerling- en onderwijsvolgsysteem. De school kan u daarover meer vertellen. Scholen die deze toetsen niet zelf gebruiken, krijgen vanuit het onderzoek de toetsen toegestuurd. De leerkracht neemt de toetsen af op een zelfgekozen moment. De toetsresultaten worden door de school aan ons doorgegeven.

Toets cognitieve vaardigheden
De kinderen in groep 5 maken ook een toets cognitieve vaardigheden. Die is bedoeld om een indruk te krijgen van het leervermogen van uw kind. Ook deze toets wordt door de leerkracht afgenomen.

Plezier op school, gedrag, motivatie om te leren
Aan de leerkracht van uw kind stellen we een paar vragen over het gedrag van het kind in de klas, over de relatie tussen het kind en de leerkracht, over eventuele extra zorg die het kind krijgt en over enkele karaktereigenschappen. Zit uw kind in groep 5 of 8, dan krijgt het ook zelf een vragenlijst voorgelegd met vragen over hoe ze de school en de klas vinden en over hun motivatie om te leren.

Burgerschap
In groep 8 vullen de kinderen nog een extra vragenlijst in over ‘burgerschap’. Die vragenlijst gaat over luisteren naar anderen, je mening geven, verantwoordelijk zijn voor elkaar, omgaan met ruzies en rekening houden met verschillen.

Overgang basisonderwijs-voortgezet onderwijs
Voor kinderen in groep 8 vragen we aan het eind van het schooljaar bij hun leerkracht nog de volgende gegevens op:

  • resultaten van de Cito Eindtoets (als die door het kind is gemaakt);
  • advies voor het voortgezet onderwijs;
  • naam van de school voor voortgezet onderwijs waar het kind naar toe gaat.

Overgang naar een andere basisschool of school voor speciaal (basis)onderwijs
Als uw kind in de onderzoeksgroep zit en het verandert tussentijds van school, dan blijven wij het kind ook op die nieuwe school volgen. Uw kind zal daar dan zelf niet veel van merken, want we vragen dan alleen nog een paar gegevens op van die nieuwe school. Dat zijn:

  • de laatst bekende toetsgegevens taal/lezen en rekenen;
  • het vragenlijstje voor de leerkracht met de vragen over het gedrag van het kind in de klas, de relatie tussen het kind en de leerkracht, etc.

De kinderen zelf hoeven dan geen vragenlijsten meer in te vullen of extra toetsen te maken.

Het terugvinden van uw kind op de nieuwe school gebeurt met behulp van het onderwijsnummer, een centraal registratienummer voor kinderen in het onderwijs.

Top^

Wat is het onderwijsnummer?

Het onderwijsnummer is een centraal registratienummer voor kinderen in het onderwijs. Via dit nummer kunnen kinderen gevolgd worden in hun gang door het onderwijs, ook bij verandering van school.

Het onderwijsnummer is hetzelfde als het persoonlijke sofi-nummer dat uw kind van de overheid heeft gekregen. De scholen in Nederland geven met behulp van dit nummer gegevens door aan de overheid over de onderwijsloopbaan van alle leerlingen. Bijvoorbeeld op welke basisschool ze zitten, hoe lang ze daarover doen, welk advies voor het voortgezet onderwijs ze hebben gekregen, naar welke school voor voortgezet onderwijs ze zijn gegaan, op welk niveau ze eindexamen doen, en dergelijke. Die informatie wordt allemaal handig verzameld via het onderwijsnummer. Meer informatie hierover vindt u op de site www.onderwijsnummer.nl

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) beheert de gegevens die bij het onderwijsnummer horen. Voor het COOL-onderzoek werken de onderzoeksinstituten en het CBS samen, zodat we deze gegevens kunnen gebruiken. We hoeven die zaken dan niet allemaal aan de scholen te vragen, en we kunnen kinderen die van school veranderen hiermee gemakkelijk weer terugvinden. Om te zorgen dat dit op een veilige manier gebeurt, zijn er speciale afspraken gemaakt tussen het CBS en de onderzoeksinstituten. De procedure is als volgt:

  • voor de kinderen die in 2007-2008 hebben meegedaan aan het COOL-onderzoek, wordt in 2010 aan het CBS gevraagd op welke school deze kinderen zitten in het schooljaar 2010-2011 en in welke klas;
  • als dat een andere school is dan de oorspronkelijke, wordt opgevraagd op welke datum het kind op de nieuwe school is begonnen en of het kind in de tussenliggende jaren nog andere scholen heeft bezocht;
  • in het schooljaar 2010-2011 vragen we aan de school waar het kind dan op zit of ze (weer) willen meewerken aan het onderzoek; er worden dan opnieuw gegevens over het kind verzameld (ook als het kind eventueel is blijven zitten);
  • drie jaar later herhalen we deze procedure opnieuw.

Op dit moment is voor het basisonderwijs het onderwijsnummer nog in opbouw. Het is de bedoeling dat er ook gegevens in worden opgenomen over bijvoorbeeld deelname van het kind aan een peuterspeelzaal en score op de Cito Eindtoets. Voorlopig is voor het basisonderwijs nog niet voorzien in gebruik van deze gegevens voor COOL5-18. Voor kinderen in het voortgezet onderwijs zullen er wel meer gegevens uit het onderwijsnummer in het onderzoek worden gebruikt. Meer informatie daarover kunt u vinden in de rubriek voortgezet onderwijs.

Top^

Hoe zit het met de privacy?

COOL5-18 is een onderzoek waarin kinderen langere tijd worden gevolgd. Het is dus noodzakelijk de namen van de leerlingen een hele poos te bewaren. Daar moet natuurlijk zorgvuldig mee worden omgegaan. De volgende regels gelden daarbij voor ons:

  • we houden ons aan de gedragscode voor gebruik van persoonsgegevens voor wetenschappelijk onderzoek (gedragscode VSNU) en aan de gedragscode van de Vereniging voor Beleidsgericht Onderzoek (gedragscode VBO). Zie website VBO;
  • het onderzoek wordt aangemeld bij de Commissie Bescherming Persoonsgegevens. Zie website CBP;
  • bestanden met namen worden alleen gebruikt om binnen het onderzoek leerlingen te kunnen volgen, bij analyses worden de namenbestanden niet gebruikt;
  • wanneer onderzoeksgegevens openbaar worden gemaakt, hetzij als databestand hetzij als publicatie, wordt gewaarborgd dat er geen tot personen herleidbare informatie in die openbare gegevens aanwezig is.

Top^

Wat gebeurt er met de resultaten?

De onderzoeksgegevens zullen op verschillende manieren gebruikt worden. Wetenschappers zullen er analyses mee doen voor de beantwoording van vragen binnen wetenschappelijk onderzoek. Voor de overheid zullen rapportages worden gemaakt over verschillende onderwerpen die voor landelijk onderwijsbeleid van belang zijn. We streven er naar al deze publicaties toegankelijk te maken via deze website.

Verder krijgen de deelnemende scholen na afloop van iedere ronde in het onderzoek een rapport waarin resultaten van de eigen school staan, vergeleken met de resultaten van andere scholen. De school kan dat gebruiken om naar de eigen kwaliteit te kijken. En kan daarover vervolgens weer in gesprek gaan met u als ouders.

In dat schoolrapport worden alleen van de toetsgegevens taal, lezen en rekenen de scores van elke leerling afzonderlijk opgenomen. Van de overige gegevens (zoals verzameld met de leerlingvragenlijsten) rapporteren we alleen gemiddelden van de klas.

De rapporten zijn niet openbaar en worden alleen naar de school gestuurd. De school beslist wat ze er verder mee willen doen. Wilt u als ouder meer weten over de resultaten van het onderzoek op de school van uw kind, vraagt u dan op de school om meer informatie.

Top^

Is deelname verplicht?

Nee, deelname is niet verplicht, niet voor de scholen en niet voor de kinderen/ouders. Maar u zult natuurlijk begrijpen dat het voor dit onderzoek heel belangrijk is dat zoveel mogelijk kinderen deelnemen. Het is immers de bedoeling om een eerlijk beeld te geven van de stand van zaken in het Nederlands onderwijs en van het onderwijs in de school van uw kind. En dat kan natuurlijk het beste als iedereen uit de gekozen scholen en groepen meedoet.

Wij doen er alles aan om het onderzoek goed te laten verlopen en waarborgen de privacy van u en uw kind. Twijfelt u daarover, stelt u dan vooral uw vragen aan de leerkracht van de school of aan ons.

Mocht u er toch om een of andere reden bezwaar tegen hebben dat uw kind aan dit onderzoek meedoet, dan vragen wij u om dit te melden bij de leerkracht van uw kind. Die zal uw bezwaar aan ons doorgeven. Wij zorgen er dan voor dat alle gegevens over uw kind uit het onderzoek worden verwijderd.

Top^

Waar kan ik met vragen terecht?

Op deze website vindt u al veel informatie. Heeft u behoefte aan meer informatie of heeft u een specifieke vraag, stuur ons dan een e-mail. U krijgt zo spoedig mogelijk antwoord.

Top^