Basisonderwijs: Publicaties

Informatie voor scholen

Een brochure (pdf) over het COOL-onderzoek.
Een voorbeeld van een schoolrapport (pdf).

 

Rapporten/artikelen

 

Cohortonderzoek COOL5-18. Technisch rapport basisonderwijs, tweede meting 2010/11
In het schooljaar 2010/11 heeft de tweede meting van het Cool-Cohortonderzoek plaatsgevonden.
Het technisch rapport van Geert Driessen, Lia Mulder, Jaap Roeleveld (2012) Cohortonderzoek COOL5-18. Technisch rapport basisonderwijs, tweede meting 2010/11 kan bij het ITS worden besteld of hier (pdf) worden gedownload.

Top^

Allochtone leerlingen worden niet ondergeadviseerd
De overgang van het basis- naar het voortgezet onderwijs is een belangrijke schakel in de schoolloopbaan. Het advies van de basisschool speelt daarbij een belangrijke rol.  Omdat gevreesd werd dat allochtone leerlingen een lager advies kregen dan autochtone leerlingen met eenzelfde prestatieniveau, liet de Inspectie van het Onderwijs in 2007 daarnaar onderzoek doen.  Daaruit bleek dat allochtone leerlingen geen lager, maar ook geen hoger schooladvies kregen, precies goed dus.
De Inspectie liet afgelopen jaar opnieuw onderzoek doen naar het schoolkeuzeadvies van allochtone leerlingen, op basis van gegevens die zijn verzameld bij de eerste meting van het COOL5-18 onderzoek. Het ging om ruim 9000 kinderen in 400 klassen. Dit onderzoek bevestigt dat schooladviezen aan allochtone leerlingen passen bij hun prestatieniveaus  en dat er op dit punt geen sprake is van onderbenutting van talenten van allochtone leerlingen.

Het rapport van dr. Geert Driessen (2011) 'Onderadvisering van allochtone leerlingen? ' kan worden gedownload door hier te klikken.

Top^

Allochtone leerlingen en speciale onderwijsvoorzieningen
In opdracht van de Evaluatie- en adviescommissie Passend Onderijs (ECPO) is het ITS nagegaan of leerlingen met een allochtone achtergrond in vergelijking met autochtone leerlingen meer of juist minder gebruik maken van speciale onderwijsvoorzieningen, zoals speciaal onderwijs, extra zorg in het reguliere basisonderwijs, deelname aan het praktijkonderwijs en leerwegondersteunend onderwijs. Op basis van onder meer gegevens uit het COOL5-18-onderzoek werd geconstateerd dat allochtone leerlingen er wat het gebruik van speciale onderwijsvoorzieningen op een aantal aspecten ongunstiger uitspringen dan autochtone leerlingen. Deze verschillen hebben echter vooral te maken met de sociaal-economische status en het opleidingsniveau van de ouders, en niet zozeer met de etnische herkomst. Hoewel de achterstand ten opzichte van autochtone leerlingen van generatie tot generatie afneemt, bestaan er ook in de derde generatie nog verschillen in het nadeel van leerlingen met een allochtone achtergrond.
Het rapport van Ed Smeets, Geert Driessen, Sanne Elfering en Marjolijn Hovius, M. (2009).

Allochtone leerlingen en speciale onderwijsvoorzieningen kan bij het ITS worden besteld of worden gedownload door hier (pdf) te klikken.

Top^

De onderwijsachterstanden van jongens
In sommige landen, waaronder Engeland en de Verenigde Staten, bestaat ongerustheid over het feit dat jongens in het onderwijs in een achterstandspositie dreigen te geraken. Ook in Nederland worden daarover zorgen geuit. Op verzoek van het Ministerie van OCW heeft het ITS daarom de onderwijspositie in kaart gebracht van jongens en meisjes in het primair onderwijs en de eerste vier jaren van het secundair onderwijs in Nederland. Daarbij is onder meer gebruik gemaakt van de gegevens van de eerste meting van COOL5-18 en diens voorloper het Prima-cohortonderzoek.
De resultaten laten zien dat er qua cognitieve competenties geen sekseverschillen zijn; die zijn er wel wat de niet-cognitieve competenties betreft, waarbij jongens met name qua gedrag en werkhouding ongunstiger scoren. Jongens nemen ook op de meeste onderdelen van de schoolloopbaan een minder gunstige positie in dan meisjes.

Het rapport van dr. Geert Driessen en dr. Annemarie van Langen (2010) De onderwijsachterstand van jongens. Omvang, oorzaken en interventies kan worden gedownload door hier (pdf) te klikken.

Top^

Hoe scoren leerlingen op de vragenlijst burgerschapscompetentie?
In de eerste meting van COOL5-18 is bij de leerlingen in groep 8 een vragenlijst afgenomen over burgerschapscompetenties. Dat is een nieuw instrument, in Nederland ontwikkeld, voor onderzoek naar burgerschapscompetenties van leerlingen tussen 11 en 16 jaar. De vragenlijst is ook gebruikt in de metingen in het voortgezet onderwijs van COOL5-18.
In de vragenlijst worden vier aspecten van burgerschapscompetentie onderscheiden: kennis, reflectie, vaardigheid en attitude. In een eerste artikel, van Guuske Ledoux en Ineke van der Veen, is uitgezocht hoe leerlingen in groep 8 op deze dimensies scoren. Daarbij onderscheid gemaakt naar etnische herkomst (allochtoon/autochtoon, volgens geboorteland ouders) en opleidingsniveau van hun ouders (maximaal LBO, maximaal MBO, maximaal HBO of Wetenschappelijk Onderwijs). 

Het artikel 'Hoe scoren leerlingen op de vragenlijst burgerschapscompetentie?' is hier te downloaden.

Top^

Cohortonderzoek COOL5-18. Technisch rapport basisonderwijs, eerste meting 2007/08
Het doel van COOL is in de eerste plaats een representatief beeld te geven van de prestaties en schoolloopbanen van diverse categorieën leerlingen. Omdat COOL meerdere metingen kent, kan niet alleen een beeld worden geschetst van de situatie op een bepaald moment, maar kunnen ook ontwikkelingen in kaart worden gebracht. Met behulp van de gegevens die in COOL worden verzameld, kunnen bovendien uiteenlopende beleidsmaatregelen worden geëvalueerd en kan ook nieuw beleid worden voorbereid.
Inmiddels is het technisch rapport van de eerste COOL-meting in het basisonderwijs verschenen. In dat rapport wordt verslag gedaan van de dataverzameling en wordt een beschrijving gegeven van alle gegevens die in deze onderwijsfase zijn verzameld. Het betreft onder meer de toetsprestaties taal, lezen en rekenen, houdings- en gedragskenmerken, burgerschapscompetenties, niet-schoolse cognitieve capaciteiten, resultaten Cito Eindtoets en het advies voortgezet onderwijs, en gezinskenmerken. Het doel van dit rapport is tweeledig: het functioneert als verantwoording en codeboek voor de gebruikte instrumenten, en is tegelijkertijd ook een naslagwerk waarin de eerste resultaten worden gepresenteerd. Het rapport van Geert Driessen, Lia Mulder, Guuske Ledoux, Jaap Roeleveld & Ineke van der Veen (2009)Cohortonderzoek COOL5-18. Technisch rapport basisonderwijs, eerste meting 2007/08 kan bij het ITS worden besteld of hier (pdf) worden gedownload.

Top^

Prestaties, gedrag en houding van basisschoolleerlingen
In het schooljaar 1994/95 is het grootschalige cohortonderzoek PRIMA van start gegaan met elke twee jaar metingen bij circa 60.000 leerlingen van 600 basisscholen. In het schooljaar 2007/08 is PRIMA overgegaan in het cohortonderzoek COOL5-18, waaraan 550 basisscholen met 38.000 leerlingen deelnemen. Op verzoek van het Ministerie van OCW is met behulp van de gegevens uit deze cohorten de stand van zaken wat betreft toetsprestaties, gedrags- en houdingskenmerken en VO-adviezen in het schooljaar 2007/09 in kaart gebracht en zijn tevens de ontwikkelingen van de prestaties en VO-adviezen in de periode 2001-2008 op een rijtje gezet. Deze gegevens zijn gerelateerd aan enkele achtergrondkenmerken van de leerlingen, te weten hun geslacht, het opleidingsniveau en herkomstland van hun ouders, en of ze behoren tot de doelgroepen van het onderwijsachterstandenbeleid. Het rapport van dr. Geert Driessen (2009) Prestaties, gedrag en houding van basisschoolleerlingen. stand van zaken in 2008 en ontwikkelingen sinds 2001 kan worden gedownload door hier (pdf) te klikken.

Top^

Speciale doelgroepleerlingen in het basisonderwijs in schooljaar 2007/08
Door de wijziging in de wegingsfactoren, waarbij alleen nog naar het opleidingsniveau van de ouders wordt gekeken, wordt het steeds moeilijker om specifieke doelgroepleerlingen in het onderwijs te identificeren en te traceren. Zo zijn schippers-, en woonwagen, Roma- en Sintikinderen in de nieuwe regeling niet meer herkenbaar aan het 1.4- resp. 1.7-gewicht, en ook het 1.9-gewicht dat aan de meeste allochtone kinderen werd toegekend is vervallen. Om een vinger aan de pols te kunnen houden hebben de belangenverenigingen voor varende kleuters, schipperskinderen, Molukse kinderen, woonwagen, Roma- en Sintikinderen en nieuwkomers gezamenlijk de mogelijkheid onderzocht om bij het COOL5-18-onderzoek aan te sluiten. Na overleg met het KPC en OCW, is een aantal extra scholen met veel specifieke doelgroepleerlingen bij COOL5-18 'ingekocht'. Omdat bij hen grotendeels dezelfde toetsen en instrumenten zijn afgenomen als in COOL5-18, konden hun scores worden vergeleken met de landelijke resultaten. Het rapport van dr. H. Polman & dr. L. Mulder (2008) Speciale doelgroepen in het basisonderwijs kan hier (pdf) worden gedownload.

Top^

Integratie, generatie en onderwijsprestaties
Van integratie wordt niet alleen verwacht dat het goed is voor immigranten zelf, maar ook voor hun kinderen. Op school worden kinderen immers onderwezen in de dominante cultuur van de Nederlandse samenleving. Als ouders participeren in deze cultuur, dan komt de thuiscultuur meer overeen met de schoolcultuur, en dat kan er toe leiden dat kinderen van goed-geïntegreerde immigranten beter presteren dan kinderen van niet- of slecht-geïntegreerde immigranten. In het artikel van Geert Driessen wordt dit onderzocht aan de hand van de volgende vragen:

  • Is er wat een aantal integratiekenmerken betreft sprake van een ontwikkeling over generaties? Zijn er daarbij verschillen tussen herkomstlanden?
  • In hoeverre is er wat de taal- en rekenvaardigheid betreft sprake van een positieve ontwikkeling over generaties? Zijn er daarbij verschillen tussen herkomstlanden?
  • Welke de integratiekenmerken is het meest bepalend voor het niveau van de taal- en rekenvaardigheden?
    Het artikel Integratie, generatie en onderwijsprestaties kunt u hier (pdf) downloaden.

    Top^

Zorgleerlingen in het basisonderwijs
Passend Onderwijs is een beleidsmaatregel die ertoe moet leiden dat kinderen die zorg en extra ondersteuning nodig hebben dat zoveel mogelijk op de reguliere basisschool kunnen krijgen. De uiteindelijke effecten van Passend Onderwijs moet onder andere blijken uit een vermindering van het percentage leerlingen dat fulltime in aparte voorzieningen voor speciaal onderwijs verblijft, verbetering van de leerprestaties van 'zwakke' leerlingen en verbetering van het schoolwelbevinden van ‘zorgleerlingen’. 
Of die effecten ook daadwerkelijk worden bereikt, kan worden vastgesteld door de cognitieve en niet-cognitieve vaardigheden en schoolloopbanen van zorgleerlingen te monitoren.

Voor zover het gaat om de zorgleerlingen in het reguliere basisonderwijs gebeurt dat in het landelijke COOL5-18-onderzoek. Via het zogenaamde ‘leerlingprofiel’, een formulier waarop leerkrachten hun kinderen beoordelen op een aantal gedrags- en houdingsaspecten en onderwijskundige bijzonderheden, was het aantal leerlingen in het reguliere COOL-onderzoek al bekend.
In een aanvullend onderzoek hebben de leerkrachten informatie gegeven over het type problematiek van de zorgleerlingen. Bovendien is gevraagd naar de (extra) hulp die zorgleerlingen krijgen, de wijze waarop ouders met het probleem van hun kind omgaan en het oordeel van de leerkracht over hun eigen zorgcapaciteit.

Over zorgleerlingen in het onderwijs is al eerder een brochure verschenen met de resultaten uit het Prima-cohortonderzoek, de voorganger van COOL. Over de eerste resultaten van het aanvullende COOL-onderzoek hebben we nu een notitie geschreven, met daarin informatie over de omvang en samenstelling van de groep zorgleerlingen in schooljaar 2007/08, en het type problematiek waar zij mee te maken hadden. In de komende tijd zullen de  beschikbare gegevens verder worden geanalyseerd.

De brochure en de notitie kunt u hieronder downloaden:

Ledoux, G., I. van der Veen, M. Derriks, E. Smeets & J. Roeleveld (2008). Zorgleerlingen en leerlingenzorg in het basisonderwijs. Nijmegen/Amsterdam: ITS/SCO-Kohnstamm Instituut
Download brochure

Mulder, L., A. van der Hoeven-Van Doornum & J. Roeleveld (2009). Aantallen en typen zorgleerlingen in schooljaar 2007/08. Resultaten van de aanvullende dataverzameling COOL 5-18 ten behoeve van het monitoren van zorgleerlingen. Nijmegen/Amsterdam: ITS/Kohnstamm Instituut.
Download notitie