Basisonderwijs: Scholen

 

 

Welke scholen kunnen meedoen?

Tussen 1994 en 2005 hebben het ITS en het Kohnstamm Instituut het PRIMA-cohortonderzoek uitgevoerd onder circa 600 basisscholen, waarmee het Nederlandse basisonderwijs periodiek in kaart is gebracht. De meeste PRIMA-scholen hebben aan meerdere metingen deelgenomen, waardoor het mogelijk was om ontwikkelingen in de tijd te zien. Die lijn wordt ook in COOL5-18 doorgetrokken. Daarom hebben we bij de 1e meting van COOL alle voormalige PRIMA-scholen benaderd met het verzoek deel te nemen. Circa 60% van de PRIMA-scholen heeft daaraan gehoor gegeven en is COOL-school geworden. Voor de tweede meting van COOL5-18 is het van belang dat zoveel mogelijk scholen, die aan de eerste meting hebben deelgenomen, opnieuw deelnemen. Toch valt er altijd wel een aantal scholen uit. Om die te vervangen, benaderen we steekproefsgewijs  een aantal nieuwe scholen met het verzoek om deel te nemen.  Scholen die hiervoor belangstelling hebben, kunnen dit ook zelf aan ons kenbaar maken. Indien de school past in de steekproef, is deelname mogelijk. U kunt daarvoor contact opnemen met het ITS of het Kohnstamm Instituut (zie rubriek contact).

In COOL5-18 besteden we ook speciale aandacht aan de traditionele vernieuwingsscholen, zoals de Jenaplanscholen, Montessorischolen, Daltonscholen, Vrije scholen. Deze omvangrijke groep scholen moet goed vertegenwoordigd zijn in de COOL-steekproef om er uitspraken over te kunnen doen, ook per type.  Als uw school een traditionele vernieuwingsschool is en u bent geïnteresseerd in deelname, nodigen wij u van harte uit om contact met ons op te nemen (zie boven).

Top^

Wat betekent deelname voor een school?

Voor de 2e meting van COOL5-18, die in schooljaar 2010/2011 wordt uitgevoerd, geldt het volgende tijdpad:

fase 1: mei - oktober 2010
Benadering van (oude en nieuwe) scholen om ze te werven als deelnemer aan het COOL5-18-cohort en opvragen van enkele administratieve schoolgegevens.
fase 2: september - december 2010
Verzameling van aantallen, namen en enkele achtergrondgegevens van de leerlingen in de toetsgroepen 2, 5 en 8.
fase 3: januari - maart 2011
Toetsafnames door de leerkrachten in groep 2, 5 en 8 en gelijktijdige afname van leerlingprofielen (bij leerkrachten), leerlingvragenlijsten en oudervragenlijsten.
fase 4: mei - juni 2011
Afname van zorgprofielen en uitstroomformulieren bij leerkrachten. Oplevering aan deelnemende scholen van het ‘schoolrapport’, waarin de resultaten van de eigen leerlingen worden gepresenteerd en vergeleken met de gemiddelden van vergelijkbare scholen en leerlingen elders.

De toetsen die in COOL worden gebruikt, zijn afkomstig uit het Cito-Leerling- en onderwijsvolgsysteem (LOVS). Omdat de meeste scholen deze toetsen ook zelf gebruiken, vragen we de groepsleerkrachten ze af te nemen. Op scholen die de toetsresultaten in de computer invoeren, volstaan we met het digitaal verzamelen van de toetsscores. In dat geval hoeft de school alleen een exportbestand van de LOVS-gegevens te maken en via e-mail naar ons toe te sturen. De school krijgt daarvoor een duidelijke schriftelijke uitleg. Het maken van een exportbestand neemt slechts enkele minuten in beslag. Op de scholen waar dat niet kan, worden de scores op schriftelijke of digitale formulieren ingevuld en door ons verwerkt.

Vanuit het onderzoek dragen regiocoördinatoren zorg voor de administratie en organisatie van de toetsafnames; ze fungeren ook als vraagbaak voor de deelnemende scholen. Voorafgaande aan de toetsafnames worden in een voorbereidend gesprek tussen regiocoördinator en school de procedures doorgenomen, afspraken gemaakt en materiaal overgedragen.

Top^

Instrumenten

In COOL5-18 worden toetsen en vragenlijsten afgenomen bij leerlingen, ouders en leerkrachten. We zetten ze hieronder op een rijtje:

  • Door de school wordt informatie verstrekt over de volgende achtergrondkenmerken van alle leerlingen die meedoen aan het onderzoek: geslacht, leeftijd, aantal jaren in Nederland, gezinssamenstelling, leerlinggewicht, geboorteland ouders, opleiding ouders, doubleerstatus, datum entree school. Dat kan op de meeste scholen geautomatiseerd, via een programma waarmee gegevens uit de schooladministratie naar een bestand worden geëxporteerd.
  • In de groepen 2, 5 en 8 worden toetsen (voorbereidend) taal/lezen en rekenen afgenomen. Er wordt gebruik gemaakt van toetsen uit het Cito-LOVS. In jaargroep 2 gaat het om de Cito-toetsen Ordenen en Taal voor Kleuters. In de groepen 5 en 8 om de Cito-toetsen Rekenen/wiskunde, Leeswoordenschat, Begrijpend Lezen en de Drie-minutentoets. Op scholen die zelf al deze toetsen afnemen, hoeven geen extra toetsen meer te worden afgenomen. Op deze scholen kunnen we volstaan met het opvragen van de toetsscores. We hebben procedures ontwikkeld om gegevens geautomatiseerd op te vragen. Hierdoor blijft de belasting van de scholen beperkt. Scholen die de toetsen niet zelf in huis hebben, krijgen vanuit het onderzoek de toetsen toegestuurd.
  • In groep 5 wordt verder een non-verbale intelligentietest afgenomen. Deze is speciaal voor het cohortonderzoek ontwikkeld. Het is geen uitgebreide test, de afnameduur is 30 minuten en hij kan door de leerkracht zelf klassikaal worden afgenomen.
  • De leerkrachten van de groepen 2, 5 en 8 vullen voor hun leerlingen een ‘leerlingprofiel’ en een ‘zorgprofiel’ in. Het leerlingprofiel gaat over ‘sociaal-affectieve’ kenmerken (zoals welbevinden, gedrag, werkhouding, emotionele stabiliteit, autonomie) en onderwijsbijzonderheden (zoals extra zorg, onderpresteren, onderwijsondersteunend thuisklimaat, thuistaal). Met het zorgprofiel wordt informatie opgevraagd over het aantal en type zorgleerlingen in de klas.
  • De leerlingen uit de groepen 5 en 8 vullen zelf een leerlingvragenlijst in die gaat over welbevinden en motivatie. Aan de leerlingen uit groep 8 worden daarnaast ook vragen voorgelegd die betrekking hebben op sociale competenties, in het bijzonder burgerschapscompetenties.
  • De ouders van leerlingen uit groep 2, 5 en 8 vullen een vragenlijst in met vragen over ouder- en gezinskenmerken.
  • De leerkracht van groep 8 vult voor zijn/haar leerlingen op het eind van het schooljaar een uitstroomformulier in, over het advies voortgezet onderwijs en (indien aanwezig) de scores op de Cito-Eindtoets basisonderwijs.

Top^

Wat hebben scholen aan deelname?

De deelnemende scholen krijgen als tegenprestatie voor hun medewerking een schoolspecifieke rapportage terug. Daarin staan de (toets)resultaten van hun leerlingen per meetjaar, in vergelijking met leerlingen en scholen elders in het land met een vergelijkbare sociaal-etnische achtergrond. Scholen kunnen dus de resultaten van hun groepen leerlingen vergelijken met landelijk gemiddelde scores van vergelijkbare groepen leerlingen. Ook kunnen scholen, aangenomen dat zij aan meer metingen meedoen, vergelijkingen maken tussen meetjaren en de ontwikkelingen bij hun leerlingen volgen. In het schoolrapport staan ook de resultaten op het sociaal-emotionele domein (o.a. werkhouding, welbevinden, gedrag), verschillende aspecten van motivatie en van burgerschapscompetenties.
Deze rapporten zijn voor scholen een instrument voor zelfevaluatie en kwaliteitszorg. Het schoolrapport is vertrouwelijk en wordt alleen aan de school ter beschikking gesteld.

Klik hier voor een voorbeeld van een schoolrapport.

Top^

Informatie voor ouders

Voorafgaand aan het onderzoek worden de ouders van leerlingen die voor de eerste keer aan COOL5-18 deelnemen, per brief geïnformeerd over het doel en de opzet van het onderzoek. Meer informatie voor de ouders staat ook op de ouderpagina op deze website.
Mochten ouders bezwaar hebben tegen deelname aan het COOL-onderzoek door hun kind, dan kunnen ze dat aan ons kenbaar maken. Wij zorgen er dan voor dat er geen gegevens over het betreffende kind in het onderzoeksbestand terechtkomen.

Top^